1947 - 1956: De beginjaren

Bernard Van Hool ging van start als koetswerkbouwer. Eerst werd louter ambachtelijk gewerkt, maar al snel won seriebouw aan belang.De eerste exportsuccessen werden geboekt.

1947

Bij de start van het bedrijf waren er 22 medewerkers en 6 familieleden (Bernard, schoonbroer Frans Van Bouwel, en de 4 oudste zonen Alfons, Jos, Denis en Paul). De eerste koetswerken waren een groot succes: het waren vakkundig uitgevoerde individuele creaties, qua model en design vaak geïnspireerd op de grote Amerikaanse personenwagens. Van bij het begin streefde Van Hool naar een eigen identiteit en een eigen vormgeving, wat een Van Hool tot een Van Hool maakte.
Tussen 1947 en 1952 bouwde Van Hool 281 koetswerken. Daarbij leerde Van Hool al vlug wat flexibiliteit betekent. Voor een indrukwekkende lijst van tientallen verschillende chassismerken werden ooit koetswerken gebouwd!

1947

1948

Eerste deelname aan het Autosalon van Brussel, een directe confrontatie met de markt en de andere koetswerkbouwers. Naambekendheid en herkenbaarheid waren immers nodig voor de doorbraak., 

1948

1949

De eerste carrosserie werd verkocht aan het buitenland, namelijk in Luxemburg aan Jean Ross uit Troine. Bernard Van Hool begreep dat hij, om rationeel en in serie te kunnen werken in de geraamtebouw, een basismodel moest ontwikkelen. De klanten konden toch hun persoonlijk cachet aan hun wagen blijven geven: ze hadden nog steeds de keuze qua uitrusting, zetels en kleurencombinaties., 

1949

1951

Eerste bestelling voor de publieke sector, namelijk voor de Buurtspoorwegen (10 carrosserieën), met aanbestedingsregels en technische normen die totaal verschilden van die op de particuliere markt. Hier werd de basis gelegd voor een samenwerking die later zou leiden tot het ontstaan van een Belgische busbouwtechnologie met internationale allures. Een echt groot order werd geboekt voor 105 atelierwagens voor het leger en de rijkswacht, een voorloper van de latere industriële voertuigenbouw., 

1951

1952

Een afdeling "CIS" (Carrosserieën voor Industriële Speciale voertuigen) werd opgericht, die de maanden waarin minder bussen en cars gebouwd werden, probeerde op te vullen met ander carrosseriewerk.

1952

1953

Omwille van een teruggang op de markt in het begin van de jaren vijftig, ging men op prospectie naar Belgisch-Kongo. In 1954 vertrokken de eerste Van Hool carrosserieën op Brossel chassis naar Leopoldstad. Door het tropische klimaat en de zware exploitatievoorwaarden werden aan Van Hool zeer hoge eisen gesteld. Tot 1976 zou Kongo en het latere Zaïre een belangrijke klant blijven (in totaal meer dan 1.000 stuks). Het vormde ook de aanzet voor latere activiteiten in Afrika, o.a. in Nigeria, Angola, Tunesië en vooral Algerije., 

1953

1954

De eerste carrosserieën werden geleverd aan Nederland, dat langzaam maar zeker een echte thuismarkt zou worden.,De eenmanszaak van Bernard Van Hool werd omgevormd tot Van Hool en Zonen PVBA. De seriebouw won aan belang en zo ontstond behoefte aan specifieke machines, die niet op de markt waren. Bernard Van Hool bouwde ze dan maar zelf., 

1954

1955

Een nieuwe fabriek werd gebouwd aan de overkant van de straat. Eind 1955: Het koetswerkbedrijf telde op dat ogenblik 222 arbeiders en 17 bedienden., 

1955

1956

Dat jaar werd de 1.000e Van Hool carrosserie afgeleverd en werden in totaal bijna 500 wagens gebouwd. De verscheidenheid van chassis waarop gebouwd werd vormde een hinderpaal voor een uniforme koetswerkopbouw.,Zelf chassis maken zou de enige mogelijkheid zijn om uit het ambachtelijke weg te raken, om industrie te worden.

1956