1957 - 1966: Een naam wordt een merk

Van Hool startte met de bouw van integrale, zelfdragende autobussen en touringcars, maar bleef daarnaast ook koetswerkbouwer. De afdeling "industriële voertuigen" werd opgericht.

1957

Op 15 februari 1957 werd met Fiat een commerciële overeenkomst ondertekend voor de levering van motoren en andere mechanische componenten (versnellingsbak, assen, stuur). Zo groeide Van Hool van koetswerkbouwer tot een volwaardig Belgisch constructeur van zelfdragende bussen en touringcars, die de merknaam Van Hool-Fiat droegen.,Daarnaast bleef de onderneming echter een gerenommeerde koetswerkbouwer, waardoor verdere expansie mogelijk zou zijn. Aan de samenwerking met Fiat kwam een einde in 1981. De samenwerking Van Hool-Fiat was onmiddellijk een groot succes: reeds in augustus 1958 werd de 100e Van Hool-Fiat autobus afgeleverd, en in juli 1961 de 500e Van Hool-Fiat autocar., 

1957

1959

Opgetogen over de commerciële resultaten en Van Hools aanpak, bood Fiat aan Van Hool een exclusief verkooprecht voor de Fiat vrachtwagens en trekkers aan voor België en Luxemburg., 

1959

1961

In dit jaar werd voor deze nevenactiviteit Catrabel NV opgericht, wat later mede aanleiding zou geven tot de start van de industriële-voertuigenbouw in 1965. Eerste overheidsbestelling voor zelfdragende autobussen (Nederlandse Spoorwegen, 53 stuks). De Belgische overheid volgde één jaar later. Van Hool werd als een volwaardig constructeur erkend en de bestellingen volgden.

1961

1962

Aflevering van de 3.000ste Van Hool carrosserie. Als koetswerkbouwer bouwde Van Hool vooral grotere reeksen, voor export buiten Europa. Door Van Hools flexibiliteit kon het bedrijf grote en speciale projecten aan. Datzelfde jaar werd een nieuw gebouwen-complex opgericht voor de dienst naverkoop (opgericht in 1957), met magazijnen en herstel-werkplaatsen voor revisie.

1962

1963

Gedaan met chroom en strips, de Van Hool voertuigen kregen een strakke, rimpelloze zijbeplating. Een lange levensduur en geringe onderhoudskosten kwamen op de eerste plaats. De herhaaldelijke overwinningen op de Concours d'Elégance bevestigden de waardering voor de nieuwe trend in de vormgeving van de Van Hool voertuigen. In deze periode werd ook het gebruik van polyester ingevoerd.

1963

1964

Grote brand in de nieuwe fabrieksvleugel (vooral zetel- en elektriciteits-afdeling werden getroffen).

1964

1965

Om leemten in de busproductie op te vangen, werd besloten de fabricatie aan te vatten van specifieke industriële voertuigen als citernen en opleggers. Eén jaar later waren al 286 industriële voertuigen geleverd.,De eerste autocars voor Groot-Brittannië werden gebouwd, op een Brits onderstel.,Van Hool, met zijn volledige stalen en gelaste opbouw, had het moeilijk om te beantwoorden aan enkele specifieke wettelijke beperkingen die tot vandaag nog steeds gelden, in het bijzonder een statische stabiliteitstest en lagere toegelaten gewichten dan in de overige EU-landen. De inspanningen van Van Hool om aan deze wensen tegemoet te komen, werden in de daaropvolgende jaren tot vijf maal toe bekroond met de titel "Coach of the Year" in de "Concours d'Elegance" van de British Coach Rally.

1965

1966

De 2.000ste zelfdragende Van Hool werd afgeleverd en de firma telde 881 werknemers. De vier jongere broers (Marcel, Leon, Leopold en Herman) hadden inmiddels ook hun plaats in de firma ingenomen.,Met een levering dat jaar van 164 complete Van Hool-Fiat cars, werd nu ook Frankrijk als een thuismarkt beschouwd. De Van Hool 320, de 340 en de 340 Transligne, een "dubbelverdiener", waren zeer populair bij onze zuiderburen. De eerste integrale voertuigen voor de export werden gebouwd, met GM-componenten. Het ging om midi shuttlebussen voor de luchthavens van New York., 

1966