1967 - 1974: De industriële sprong

Er werd fors geïnvesteerd in gebouwen, machines en uitrusting. De productiecijfers stegen in deze periode tot 1.000 cars en bussen en 1.200 industriële voertuigen per jaar.

Sixties

Tijdens de Golden Sixties werd bij Van Hool fors geïnvesteerd in gebouwen, machines, uitrusting. Internationalisering, groei, nieuwe markten en de socialisering van het toerisme deden de ontwikkelingsmolen verder draaien.,Het langeafstands-toerisme ontstond, ondersteund door het steeds uitbreidende Europese autowegennet. Dit bracht een belangrijke evolutie met zich mee: er werden vrij gesofisticeerde voertuigen gebouwd, berekend op massatoerisme en een maximaal rendement, zo b.v. de "Jumbo" of VHF700.

Sixties

1966

Het succes van de voertuigen die in 1966-1967 gebouwd werden en waarbij het hele gamma een geheel nieuwe vormgeving kreeg, was te danken aan de eisen die Van Hool aan zichzelf gesteld had. Uitgangspunt was: wat wil de klant.

1966

1967

Tussen 1967 en 1969 werd een belangrijk legerorder uitgevoerd: Van Hool maakte alle carrosserie-onderdelen voor en monteerde 760 Unimog-Mercedes-chassis en 115 stuks voor het Rode Kruis.

1967

1968

Eerste bestelling voor Zweden. Van Hool speelde in op deze specifieke markt, die bijzondere klimatologische eisen stelt en de voor Zweden typische behoefte aan langere voertuigen en bijzondere concepten. Hier werd de basis gelegd voor een jarenlange samenwerking met Volvo en in een latere fase met Scania. In Scandinavië werden nagenoeg 3.000 voertuigen geleverd.

1968

1969

De exportafdeling IVEX werd operationeel. Bernard Van Hool vertrouwde het dagelijks bestuur van het bedrijf toe aan zijn acht zonen. Hij bleef actief als voorzitter. Van 1969 tot 1974 steeg de verkoop van volledige wagens en koetswerken tot meer dan 1.000 per jaar.

1969

1971

In samenwerking met de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling werd de eerste lasschool opgericht. Van Hool had immers voortdurend nood aan geschoolde werkkrachten, die niet of nauwelijks op de arbeidsmarkt te vinden waren.,Op 25 maart 1971 bezocht Koning Boudewijn de Van Hool fabrieken. Hij had grote belangstelling voor de technische kant van Van Hools activiteiten, voor de werkomstandigheden van de arbeiders en het levenswerk van Bernard Van Hool.,Van Hool Espana werd opgericht in Zaragosa.,Hier zouden meer dan 6.000 carrosserieën voor bussen en cars gebouwd worden, onder meer voor de export (Egypte, Peru, Cuba, Nigeria, Gambia, Argentinië en Venezuela). Hier werd ook het basismodel ontwikkeld voor de succesrijke Alizée.

1971

1972

De Ierse Nationale Vervoermaatschappij (CIE) had Van Hool aangeboden om de 300 personeelsleden van haar busfabriek over te nemen en om ter plaatse bussen te bouwen op Leyland chassis die de CIE zou aanleveren. De Britse en Ierse munt waren inmiddels zo gedevalueerd, dat export vanuit België naar Groot-Brittannië en Ierland vrijwel onmogelijk geworden was. In 1972 werd dan Van Hool-McArdle opgericht, dat de exclusieve constructie van alle bussen voor de CIE op zich zou nemen. Nadien zouden ook touringcars voor de Ierse en Britse markt gebouwd worden. In 1978 werden de activiteiten van Van Hool-McArdle stopgezet.,Van Hool staat vandaag in Groot-Brittannië als constructeur en als koetswerkbouwer van autocars op een stevige tweede plaats inzake nieuwe registraties. Meer dan 4.300 eenheden werden er tot op heden geleverd.

1972

1973

Prins Albert, als Erevoorzitter van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel, bezocht het bedrijf.,Een belangrijke beslissing werd genomen: er zou een 4 ha grote nieuwe fabriek voor de productie van industriële voertuigen gebouwd worden. Er was immers een stijgende vraag bij Catrabel om complete combinaties van trekkers en opleggers af te leveren. Bovendien barstte de busfabriek, waar ook een groeiende productie van industriële voertuigen plaatsvond, werkelijk uit haar voegen.

1973

1974

Op 06 maart 1974 overleed Bernard Van Hool plots op een bouwbeurs in Brussel, waar hij informatie zocht voor de te bouwen nieuwe productiehal.,Zijn motto: "Bouwen is mijn leven. Verder bouwen uw opdracht. Vooruit is de weg". Jaarlijks werden meer dan 1.000 bussen en cars en 1.200 industriële voertuigen gebouwd.

1974