1974 - 1982: Opgang in economisch ontij

Van Hool was nationaal toonaangevend geworden in de sector. Door een bewuste strategie van internationale expansie en de aanwezigheid op verschillende markten groeide het bedrijf uit tot een geduchte concurrent voor de gevestigde merken.

1974

Op 06 juli 1974: De eerste steen van de nieuwe I.V.-fabriek werd gelegd. Negen maanden later reeds werd de fabriek in gebruik genomen. Deze moderne fabriek werd gebouwd ondanks de op gang zijnde oliecrisis, zodat ze klaar zouden staan van zodra het tij zou keren.

1974

1975

De periode van '75 tot '80 was vooral erg belangrijk op het gebied van product-ontwikkeling. De investeringen in hoogtechnologische machines en uitrustingsgoederen gingen onverminderd verder. De integrale voertuigbouw, de logische verdere technologische ontwikkeling vanuit de zelfdragende Van Hool constructies met Fiat componenten, stond vanaf 1975 centraal in de ontwikkelingsstrategie. Als onafhankelijk busbouwer kon Van Hool zich vrij oriënteren bij de keuze van de meest geschikte mechanische componenten.

1975

1976

Op 01 januari 1976 werd De Misstraat omgedoopt in "Bernard Van Hoolstraat", een eerbetoon van de gemeenteraad van Koningshooikt aan de stichter.,Door de economische crisis vielen de productiecijfers in de I.V.-afdeling terug van 12 eenheden per dag tot 1 of 2 eenheden. Dus werd gezocht naar andere industriële projecten en werden er waterzuiverings- en luchtfiltereenheden, offshore-uitrustingen, watertanks e.d. gebouwd. Daarnaast werden er kansen geboden in de petroleumlanden, Syrië, Tunesië, Iran en Irak. De bestellingen waren vaak het gevolg van de uitstekende relaties die Van Hool met de grote chassisfabrikanten onderhield.,De PVBA Van Hool & Zonen werd omgevormd tot een naamloze vennootschap, de "NV Van Hool", met behoud van dezelfde familiale kapitaalsstructuur. In Zaragoza werkte de koetswerkfabriek met een jaarlijkse productie van 500 eenheden. Er werd vooral geëxporteerd naar de Maghreb-landen, de Spaanstalige Zuid-Amerikaanse landen en het Midden-Oosten.

1976

1977

Van Hool presenteerde zijn eerste integrale stadsbus, de A120, met een polyvalent aanbod van de aandrijflijn. Door het modulaire concept kon dit basismodel zowel als stadsbus en als interstedenbus gebruikt worden. Dit succesnummer werd tot eind 1991 gebouwd, in totaal 2.500 eenheden!

1977

1978

Van Hool besloot de activiteiten van Van Hool-McArdle stop te zetten. De orders van Ierse en Britse operators verhuisden naar de Van Hool fabriek in Zaragoza. De leveringen aan de Belgische stedelijke vervoermaatschappijen en de Buurt-spoorwegen gaven Van Hool de kans om tot een meer evenwichtig gespreide jaarproductie te komen. Geleidelijk aan kwam er belangstelling voor een Belgisch busconcept en groeide de behoefte om tot meer gestandaardiseerde voertuigen te komen. In 1980 was het Belgisch Eenheidslastenboek een feit.,De nieuwe koetswerklijn van het touringcargamma, de Alizée, werd op het Salon van Parijs voorgesteld. Deze koetswerk-lijn werd een compleet succes en bevestigde Van Hools positie als belangrijke Europese koetswerkbouwer.

1978

1979

Januari: De nieuwe integrale touringcar werd officieel voorgesteld op het Salon van Brussel: de T8, een integrale luxe-touringcar met Alizée design. Op 2 jaar tijd had Van Hool zowel in de bus als in de touringcarsector voor een belangrijke technologische doorbraak gezorgd. Van Hool bevestigde zich als een volwaardig constructeur van integrale voertuigen en daarmee was de basis gelegd voor een verdere opmerkelijke opgang. Een heel gamma van voertuigen werd rond de twee basisconcepten ontwikkeld.,Oktober: Op amper een half jaar tijd waren al 500 Alizées verkocht! Blikvanger op het Salon van Kortrijk was de T815 Acron, een typebenaming voor een Alizée uitvoering met verlaagde stuurpost en een zeer grote panoramische voorruit. De Acron werd de best verkochte touringcar van Van Hool ooit en wordt tot op vandaag nog steeds geloofd om zijn betrouwbaarheid, rijkwaliteiten en economische uitbatingsresultaten. Tot 1997 werden er 1.741 eenheden van verkocht.

1979

1980

Van Hool stelde zijn gelede bus AG280 voor, die gebaseerd was op de A120. De grootste technologische innovatie was de zijdelingse inbouw van de motor, verticaal tussen de twee assen geplaatst. Deze gelede autobus werd een enorm succes in binnen- en buitenland. Van Hool lanceerde zijn midibussen AU141 en AU138, een absoluut vernieuwend concept. Ook deze midibussen hadden een verticale motor op de zijkant tussen de wielen. Samen met de AG280 vormden deze bussen de basis voor de toekomstige ontwikkeling van het lagevloer concept. Frankrijk en Algerije waren de belangrijkste geïnteresseerden.,Ondanks de laagconjunctuur gonsde het in de afdeling industriële voertuigen van de technologische activiteit. Een doorgedreven productstandaardisatie, gekoppeld aan een grote industriële capaciteit, liet toe belangrijke bestellingen uit te voeren binnen de gestelde termijnen. Daarnaast werd in stilte gewerkt aan een nieuw product, de tankcontainer, waarvan prototypes in aluminium en roestvrij staal aan de zwaarste testen onderworpen werden. De groei van het intermodaal vervoer stond voor de deur. Van Hool bouwde hier een ervaring en voorsprong op, die het in de jaren '90 tot een wereldproducent zou maken van dit nieuwe product.

1980

1981

Van Hool lanceerde zijn allereerste tankcontainer, het begin van een succesverhaal. Op de economische fluctuaties werd door de diverse markten heel verschillend gereageerd. Met zijn koetswerkactiviteiten bereikte Van Hool verre landen in ontwikkeling zoals Nigeria, Angola en het Midden-Oosten. De afdeling industriële voertuigen vond afzetgebieden in Europa (Frankrijk, Nederland, Duitsland) en ver daarbuiten (Angola, Dubai, Laos, Irak,…).,Na de privé-markt liet ook de Belgische overheidsmarkt het afweten. Dit kon enkel opgevangen worden door nog grotere inspanningen op de exportmarkten. Als integrale voertuig-bouwer richtte Van Hool zich in die periode vooral tot landen als Frankrijk, Nederland en Spanje. Daarnaast bleef Van Hool zijn traditie van sterke nichespeler trouw en werd ingespeeld op iedere gelegenheid. Er kwam een einde aan de samenwerking met de truckdivisie van Fiat. Daardoor werd Van Hools zelfstandigheid nog versterkt. Zowat 10.000 bussen en touringcars van Van Hool werden gebouwd met mechanische groepen van Fiat.

1981

1982

De eerste autocars werden geleverd aan Japan. Het ging om luxe dubbeldekkers. In totaal werden enkele tientallen eenheden afgeleverd, alsook een aantal midi stadsbussen voor de wereldtentoonstelling in Nagoya.

1982